In de cursus ‘Seksualiteit en Samenleving’ als onderdeel van de minor Seksualiteit in Interdisciplinair Perspectief, gaan studenten aan de slag met hot topics: controversiële, gevoelige en ethisch uitdagende maatschappelijke vraagstukken rond seksualiteit en seksuele gezondheid. De studenten ontwikkelen niet alleen wetenschappelijke kennis rond deze thema’s, maar onderzoeken ook hun eigen positie en andere perspectieven, waarbij onder andere gebruik wordt gemaakt van de principes van brave space, dialoog, en deep democracy. Het schrijven van een blogpost is één van de opdrachten in de cursus waarbij studenten een positie innemen. In andere opdrachten gaan studenten juist oefenen met uitdagen van posities, verkennen van andere perspectieven, om uiteindelijk holding space te bieden voor alle mogelijke posities, ook die van minderheden.

De cursus is verplicht binnen de dit jaar gestarte minor Seksualiteit in Interdisciplinair Perspectief. De cursus is een keuzevak in de bachelor Interdisciplinaire Sociale Wetenschap, maar kan ook gevolgd worden door studenten van andere studies. Meer informatie over de minor: https://students.uu.nl/onderwijs/minors/seksualiteit-in-interdisciplinair-perspectief

 

Jenneke van Ditzhuijzen & Lisette Brouns, coördinatoren Seksualiteit en Samenleving.   |    Docenten: Gabriël van Beusekom, Nadia Dresscher - Lambertus, Rick Kastelein, Nadine Kuipers

Deze blogposts over een zelfgekozen onderwerp zijn geschreven als opdracht binnen de cursus Seksualiteit en Samenleving.

 

Chocoporno    |   Delila Dönmez, volgt de bachelor Nederlandse Taal en Cultuur aan de Universiteit Utrecht

“Ik heb nog niet eerder een chocolaatje gehad.” Nee, deze uitspraak gaat niet over bonbons maar over de houding van menig witte man die ik in de club kan tegenkomen. Voor wie het nog niet doorhad: ik ben bruin, in de zomer meer dan in de winter. Geseksualiseerd worden op basis van mijn afkomst is mij niet vreemd, maar gedurende mijn 24 levensjaren ben ik tot de conclusie gekomen dat voor veel mensen die dit niet meemaken het een wereld apart is. Bijzonder, gezien seksueel fetisjisme en (de)seksualisering op basis van afkomst niets nieuws is in Nederland.

Op woensdag 6 november 2024 werd de eerste aflevering van de driedelige documentaireserie Sexotisch uitgezonden op Omroep Zwart (Van Binsbergen, 2024). In de documentaire onderzoekt Kelly-Qian van Binsbergen waar seksuele voorkeur begint en waar seksueel racisme eindigt aan de hand van drie verschillende pornocategorieën: asian (aziatische mensen), ebony (zwarte mensen) en arab (Arabische mensen). Op een luchtige en humoristische manier weet ze een onderwerp aan te kaarten dat veel mensen raakt en beïnvloedt in hun seksuele omgang met anderen. Van Binsbergen geeft de ruimte aan Aziatische mannen om te vertellen wat deseksualisering met hen doet en laat zien hoe een zwarte dominatrix het seksueel racisme verdraaid heeft naar een verdienmodel. Wat Van Binsbergen niet toont, is de oorsprong van deze denkbeelden. Waar komt seksueel fetisjisme en (de)seksualisering op basis van afkomst vandaan?

Ondanks de verschillende uitwerkingen van (de)seksualisering op basis van afkomst, ligt dezelfde oorzaak aan de grondslag: kolonialisme. Aan zowel de oost- als de westkant van de wereld werden er seksuele denkbeelden opgehangen aan zowel de inheemse bewoners als aan de zwarte mensen die daarheen gehaald werden. Zo werd rassenvermenging en het concubinaat in Nederlands-Indië door de VOC aangemoedigd omdat het goedkoper was en makkelijker om te regelen. Bovendien werden Indische vrouwen als onderdanig, stil, maar ook als mysterieus en niet helemaal te vertrouwen gezien (Pattynama, 2011). Aziatische mannen aan de andere kant krijgen te maken met deseksualiserende stereotypen: ze zouden een kleine penis hebben, vervrouwelijkt zijn, en worden als watje gezien (Liu, 2016).

Ook in andere koloniën van Nederland waren ze niet vies van rassenvermenging, alhoewel het in Suriname bij wet verboden was. De grote hoeveelheid gemixte en buitenechtelijke kinderen laten zien dat dit verbod niet opgewassen was voor de fascinatie van de witte Nederlander met de donkere Afrikaan. Bij de inkoop van nieuwe tot slaaf gemaakten werd bij de mannen het geslachtsorgaan uitvoerig onderzocht: een viriele slaaf is een groot economisch voordeel (Neus, 2007). De hyperseksualisering van het zwarte vrouwelijke lichaam wordt het beste belichaamd door Saartje Baartman, ook wel de ‘Hottentot Venus’ genoemd, die ten toon is gesteld bij de wereldtentoonstelling in Parijs van 1814 vanwege haar ‘bizarre’ fysieke uiterlijkheden: zeer uitstekende billen. Haar lichaam werd als grotesk, beestelijk, primitief en hyperseksueel gezien. Ze is een jaar later gestorven, vermoedelijk was ze 28 jaar (Wiss, 1994).

Hoe diepgeworteld deze denkbeelden zijn, blijkt uit de manier waarop ze doorwerken in de wereld van vandaag. Jonge zwarte meisjes worden sneller als volwassen en als seksueel wezen gezien in tegenstelling tot hun witte leeftijdsgenoten (Epstein et al., 2017). Dit roept de vraag op wie het recht heeft op de beleving van meisjesjaren. Ook de chocoladeopmerkingen behoren tot een uitwerking van koloniale denkbeelden en hebben significante invloed gehad op mijn seksuele vorming: mijn seksualiteit is verbonden aan raciale uiterlijkheden en aan mijn verhouding tot witheid.

Een documentairereeks zoals Sexotisch kan een licht werpen op de intersectionele wijzen waarmee een seksuele vorming verstoord kan worden en om mensen aan het denken te zetten over hun eigen seksuele denkbeelden over anderen. Ik wil dat mensen ongeacht hun afkomst een seksuele vorming kunnen hebben die niet afhankelijk is van hun relatie tot witheid. Ik wil niet gereduceerd worden tot mijn huidskleur of mijn lichaamsvormen en alle denkbeelden die daaraan vasthangen, evengoed zoals ik mijn witte partners niet reduceer tot hun witheid. Ik wil tegen niemand zeggen: “Jij zal mijn eerste lik mayonaise zijn.”

Literatuur

Epstein, R., Blake, J., & González, T. (2017). Girlhood Interrupted: The Erasure of Black Girlss Childhood. SSRN Electronic Journal. https://doi.org/10.2139/ssrn.3000695

Liu, H. (2016). Sensuality as Subversion: Doing Masculinity With Chinese Australian Professionals. Gender Work and Organization, 24(2), 194–212. https://doi.org/10.1111/gwao.12158

Neus, H. (2007). Ras of Ratio? Verbod Op Het Huwelijk Tussen Zwarte Mannen En Blanke Vrouwen. OSO Tijdschrift Voor Surinaamse Taalkunde, Letterkunde En Geschiedenis, 26(1), 306–320. https://www.dbnl.org/tekst/_oso001200701_01/_oso001200701_01_0024.php

Pattynama, P. (2011). De revival van de njai-figuur. Indische Letteren, 26(3), 128–143. https://dare.uva.nl/personal/search?identifier=c9f9b256-3153-4c20-8ebe-85a5085405de

Van Binsbergen, K.-Q. (Director). (2024, November 6). Sexotisch [NPO plus]. PnP Media. https://npo.nl/start/serie/sexotisch/seizoen-1/sexotisch

Wiss, R. (1994). Lipreading: Remembering Saartje Baartman. The Australian Journal of Anthropology, 5(1), 11–41. https://www.proquest.com/scholarly-journals/lipreading-remembering-saartjie-baartman/docview/1299120326/se-2?accountid=14772

 

Trumps penis versus pussypolitiek    |    Anne Eleveld, Neerlandicus (MA Neerlandistiek), volgt de minor ‘Seksualiteit in Interdisciplinair Perspectief’

De Amerikaanse president Donald Trump houdt de gemoederen flink bezig met een opmerkelijk patroon: opmerkingen over genitaliën. Vlak voor de recente verkiezingen was het weer raak, dit keer met een opmerking over de penis van de overleden golfer Arnold Palmer. Tijdens een campagnebijeenkomst in Pennsylvania zei hij: "Dit is een man die écht man was. Deze man was sterk en stoer, en ik weiger het te zeggen, maar toen hij samen met de andere professionals onder de douche stond, kwamen ze eruit en zeiden ze: 'Oh mijn God, dat is ongelooflijk.'"

In CNN’s State of the Union kwam Trump’s opmerking aan bod, waar de onafhankelijke senator Bernie Sanders zijn verbazing niet onder stoelen of banken stak: "Trump hield een rally en het hoofdonderwerp waar hij over sprak — en vergeef me dat ik dit op televisie noem — was blijkbaar de grootte van Arnold Palmer’s penis." Later ontstond er tijdens dezelfde uitzending een ongemakkelijk moment toen Mike Johnson, de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, door de presentator herhaaldelijk geconfronteerd werd met Trump’s opmerking over Palmer’s penis. Johnson reageerde door te stellen dat de presentator Trump’s opmerking wel erg amusant leek te vinden, waarna de presentator in de verdediging schoot.

De opmerking van de Amerikaanse president bereikte ook de Nederlandse media, zo kopte Trouw:Trump oreert over de penis van een golfer: hoe diep kan de campagne nog zinken?” (Belgers, 2024). Het publieke discours richtte zich daarmee vooral op de toon, vanwege het gebruik van de term 'penis', terwijl de inhoud grotendeels onaangeroerd bleef. Trump gebruikte de term namelijk niet zomaar; hij positioneerde de penis als symbool van mannelijkheid en status. Waar zijn eerdere beruchte uitspraak — “Grab them by the pussy” — leidde tot een bredere maatschappelijke discussie over macht, genderongelijkheid en seksueel geweld, lijkt zijn opmerking over de penis vooral reacties uit te lokken vanwege de absurditeit. Maar waarom leidt de ene opmerking tot meer maatschappelijke discussie dan de andere? Worden Trump’s opmerkingen over de penis anders beoordeeld dan zijn opmerkingen over de pussy? En zo ja, waarom?

Penisgrootte als graadmeter van mannelijkheid

Het patroon waarin dergelijke reacties zich vooral richten op de absurditeit, zagen we eerder in een situatie met Stormy Daniels uit 2018. Daniels, de pornoactrice die eerder een seksuele relatie met Trump had, beschreef zijn penis als kleiner dan gemiddeld en vergeleek deze met de paddenstoel uit Mario Kart. Dit leidde tot publieke spot; hiermee weerlegde ze Trump’s statement tijdens een Republikeins voorverkiezingsdebat, waarin hij expliciet naar zijn penisgrootte verwees: "Er is geen probleem [met mijn penis], dat garandeer ik."

Deze situatie, waarin Daniels Trump bespotte vanwege de grootte van zijn penis, kan worden verklaard door peniele emasculatie, zoals beschreven in het onderzoek van Oswald, Khera en Pedersen (2021). Bij peniele emasculatie wordt iemands mannelijkheid ondermijnd door kritiek of vernedering gericht op de penis. Dit maakt de penis tot een kwetsbaar machtsobject, waarbij een kleine penis wordt beschouwd als een vermindering van mannelijk aanzien. Deze eenvoudige vergelijking tussen mannelijkheid en penisgrootte werd meer dan twintig jaar geleden al bekritiseerd door filosoof Bordo (1999), omdat deze schadelijke maatschappelijke verwachtingen over mannelijkheid creëert.

Het onderzoek van Oswald, Khera en Pedersen (2021) naar heteroseksuele mannen die sterk de nadruk leggen op de betekenis van penisgrootte en penisgerichte mannelijkheid, toont dan ook aan dat zij vaak ook ideologieën omarmen die schadelijke opvattingen over mannelijkheid versterken, zoals seksisme en seksueel narcisme.

Pussy als prooi

Maar naast opmerkingen over de penis heeft Trump ook regelmatig opmerkingen over de pussy gemaakt. Zo was er het beruchte gesprek met Billy Bush in 2005, dat in 2016 uitlekte, waar Trump de term op twee opvallende momenten in de mond nam. De eerste was de veel geciteerde opmerking: "Vrouwen doen alles als je bekend bent, je kunt ze bij hun pussy grijpen, je kunt alles doen." Later in het gesprek noemde Trump Bush een pussy, waarmee hij Bush’ mannelijkheid in twijfel trok.

Deze opmerkingen geven de twee moderne connotaties van ‘pussy’ goed weer: enerzijds verwijst de term naar de vulva en symboliseert het daarmee vrouwelijkheid, anderzijds wordt de term gebruikt als scheldwoord om iemand te beschrijven als zwak of een vrouwelijke man. In beide gevallen vertegenwoordigt pussy volgens Skaff (2022), die onderzoek deed naar de term, de meest kwetsbare groepen als het gaat om seksueel geweld: vrouwen en mannen die als vrouwelijk worden gezien.

Volgens Skaff wordt ‘pussy’ onder andere gebruikt door mensen in machtsposities, waarbij de term wordt beschouwd als vrouwelijke prooi van mannelijke jagers in een dader-slachtofferdynamiek van seksueel geweld. Na Trump’s opmerkingen kozen veel Amerikaanse nieuwsbronnen ervoor om ‘pussy’, vooral wanneer refererend naar de vulva, in hun berichtgeving te censureren tot ‘p—y’ of ‘p*ssy’. Deze vorm van censuur versterkt het idee dat de vulva en vrouwelijkheid kwetsbaar zijn en beschermd dienen te worden.

Penis versus pussy

De reacties op Trump’s opmerkingen over de penis versus de pussy geven inzicht in hoe gender, macht en seksualiteit binnen het publieke discours worden gestructureerd. Daarbij wordt de penis discursief gepositioneerd in een machtige positie, als het ultieme symbool van mannelijkheid, status en kracht. De pussy daarentegen wordt discursief gepositioneerd als een symbool van vrouwelijkheid, zwakte en slachtofferschap, en daarmee in een ondergeschikte positie geplaatst.

Echter, zowel de penis als de pussy delen ook een gemeenschappelijke rol: ze worden beide ingezet om mannelijkheid te ondermijnen. De penis, wanneer bespot, wordt gezien als iets dat validatie en bescherming nodig heeft om de mannelijke status te behouden. En wanneer pussy als scheldwoord wordt gebruikt, heeft het dezelfde functie: het trekt iemands mannelijkheid in twijfel door diegene als zwak of vrouwelijk — en daarmee minder mannelijk — neer te zetten.

Daarmee laat Trump met zijn uitspraken zien dat zijn opmerkingen over de penis en het gebruik van pussy als scheldwoord meer gericht zijn op zijn eigen mannelijkheid en die van het individu, terwijl hij met zijn opmerking over de pussy als vulva vrouwelijkheid reduceert tot een object van machtsuitoefening. Het verschil in hoe deze opmerkingen door het publieke discours worden beoordeeld, kan daarmee worden verklaard door hun discursieve posities. Het bespreken van de penis, vooral de grootte ervan, wordt vaak gezien als bespottelijk of grootspraak gericht op de machtspositie van een individu. Het bespreken en al helemaal reduceren van vulva’s benadrukt daarentegen de kwetsbaarheid van vrouwelijkheid als doelwit van machtsuitoefening.

Toch lijken zowel Trump’s opmerkingen over de penis als over de pussy dezelfde kritische benadering te verdienen. Beide reflecteren en reproduceren schadelijke verwachtingen over seksuele machtsverhoudingen en de betekenis van mannelijkheid en vrouwelijkheid. Hierbij zou niet de absurditeit van Trump’s uitspraken benadrukt moeten worden, maar eerder de implicaties voor bredere maatschappelijke normen rondom gender, seksualiteit en macht. Deze kritische benadering is des te belangrijker gezien Trump’s machtspositie als Amerikaanse president en de invloed die zijn uitspraken daarmee hebben.

Literatuur

Belgers, J. (2024, oktober 21). Trump oreert over de penis van een golfer: hoe diep kan de campagne nog zinken? Trouw. https://www.trouw.nl/buitenland/trump-oreert-over-de-penis-van-een-golfer-hoe-diep-kan-de-campagne-nog-zinken~b4af1cf4/

Skaff, P. (2022). The Pussy as Prey: Discourses of Predation and Human Sexual Violence (Undergraduate Honors Thesis). Otterbein University.

Oswald, F., Khera, D. & Pedersen, C. L.  (2021).  The Association of Genital Appearance Satisfaction, Penis Size Importance, and Penis-Centric Masculinity to Chronically Discriminatory Ideologies Among Heterosexual Men.  Psychology of Men & Masculinities,  22 (4),  pp. 704-714.  doi: 10.1037/men0000360.

 

Manticonceptie: waarom blijven mannelijke opties achter?     |    Sanne Broeders, volgt de bachelor Interdisciplinaire Sociale Wetenschap aan de Universiteit Utrecht

Hoewel vrouwen al tientallen jaren toegang hebben tot meerdere anticonceptiemethoden, blijven de mogelijkheden voor mannen achter. Ondanks decennia van wetenschappelijk onderzoek en groeiende maatschappelijke discussies, is er nog steeds geen breed beschikbaar anticonceptiemiddel voor mannen. Waarom duurt het zo lang voordat dit op grote schaal wordt geïmplementeerd? En wat zegt deze vertraging over genderverhoudingen in de reproductieve zorg?

Hoewel de helft van de jonge mannen in Nederland graag zou willen dat er meer anticonceptiemiddelen voor mannen op de markt komen (EenVandaag, 2021), zijn zij momenteel beperkt tot twee primaire opties; condooms en een vasectomie (Thirumalai & Amory, 2021). Echter, de enige omkeerbare anticonceptie voor mannen, condoomgebruik, zorgt voor 13% van de onbedoelde zwangerschappen per jaar (Thiramulai & Amory, 2021). Bijkomend hebben veel vrouwen contra-indicaties ten aanzien van de beschikbare vrouwelijke anticonceptiemiddelen of ondervinden ze nadelige effecten. Als gevolg van deze tekortkomingen van de huidige anticonceptiemiddelen voor vrouwen en de beperkte anticonceptiemiddelen voor mannen, is het percentage ongeplande zwangerschappen al enige tijd wereldwijd ongeveer 44% (Thiramulai & Amory, 2021). De ontwikkeling van anticonceptiemiddelen voor mannen biedt de mogelijkheid om dit percentage te verlagen, maar het brengt ook andere belangrijke voordelen met zich mee. Het zou mannen meer grip geven op hun eigen vruchtbaarheid en hen in staat stellen een actievere rol te spelen in het voorkomen van ongewenste zwangerschappen. Dit draagt bij aan een meer gelijke verdeling van verantwoordelijkheid tussen partners, waardoor het niet langer primair aan de vrouwen wordt overgelaten om de last van anticonceptie te dragen.

Al geruime tijd wordt er in laboratoria getest met verschillende vormen en technieken, zoals tabletten, smeersels en spuitjes. Vooral hormonale anticonceptiemethoden voor mannen laten veelbelovende resultaten zien (Thirumalai & Amory, 2021). Ook worden er verschillende niet-hormonale benaderingen bestudeerd, maar ook hier ontbreekt nog voldoende onderzoek naar (Thirumalai & Amory, 2021).

Ondanks deze aanzienlijke vooruitgang in de ontwikkeling van de mannelijke anticonceptiemiddelen, wordt in de media nog steeds het beeld geschetst dat dergelijke methoden niet op grote schaal door mannen gebruikt gaan worden, en dat hun vrouwelijke partners het gebruik ervan misschien niet steunen (Reynolds-Wright et al., 2021). Nochtans wijzen meerdere onderzoeken uit dat zowel mannen als vrouwen juist positief staan tegenover de mogelijkheid van een mannelijke anticonceptiemethode (Cartwright et al., 2020; EenVandaag, 2021; Nguyen & Jacobsohn, 2023; Reynolds-Wright et al., 2021). Deze contrasterende percepties, hebben directe implicaties voor beleidsvoering, bijvoorbeeld bij farmaceutische bedrijven, waar investeringsbeslissingen mede worden beïnvloed door maatschappelijke verwachtingen.

Grootschalig gebruik van mannelijke anticonceptie vereist meer onderzoek, maar dit wordt geremd door maatschappelijke en economische factoren (Oudshoorn, 2002). Farmaceutische bedrijven investeren vooral in vrouwelijke anticonceptiemiddelen, omdat deze markt bewezen succesvol is (Oudshoorn, 2002). Ook spelen bij deze economische overwegingen, juist maatschappelijke normen een rol. Door onder andere culturele gendernormen en het beeld dat de media schetst, verwachten farmaceutische bedrijven een lage vraag naar mannelijke anticonceptiemiddelen, wat investeringen belemmert (Oudshoorn, 2002).

Het diepgewortelde idee dat vrouwen de primaire verantwoordelijkheid dragen voor anticonceptie speelt een grote rol in het trage ontwikkelingsproces van mannelijke anticonceptie (Oudshoorn, 2002). Traditionele genderrollen en de opvatting dat vrouwen biologisch nauwer betrokken zijn bij reproductie, omdat zij de zwangerschap doorstaan, versterken dit beeld. Deze biologische asymmetrie beïnvloedt zowel de vraag naar als de acceptatie van anticonceptiemethoden voor mannen. Het scepticisme over de vraag of mannen wel bereid zijn deze middelen te gebruiken, is vooral gebaseerd op beelden van hegemoniale mannelijkheid (Oudshoorn, 2002). De dominante vorm van mannelijkheid die mannelijkheid associeert met kracht, controle en afwijzing van alles wat als zwak of vrouwelijk wordt gezien. Binnen dit beeld past het nemen van mannelijke anticonceptie niet.

Het trage verloop van de ontwikkeling van mannelijke anticonceptie blijkt dus niet alleen een wetenschappelijke, maar ook een maatschappelijke uitdaging. Genderrollen en genderidentiteiten, en het hegemoniale beeld van mannelijkheid zal op de schop moeten om draagkracht te vinden voor het gebruik van de anticonceptie voor mannen. Dit vraagt niet alleen om nieuwe medische innovaties, maar ook bewustwordingscampagnes die zowel mannen als vrouwen informeren over het belang van mannelijke anticonceptie. Dit kan bijdragen aan het doorbreken van stereotype opvattingen, mannen bewust maken van hun rol in reproductieve zorg en hen aanmoedigen om actief verantwoordelijkheid te nemen. Wellicht protesteren mannen in de toekomst dan voor “Baas in eigen zak”; voor meer autonomie over hun eigen vruchtbaarheid en een meer gebalanceerde benadering in de reproductieve zorg.

Literatuur

Cartwright, N., Lawton, N., Brunie, N., & Callahan, N. (2020). What About Methods for Men? A Qualitative Analysis of Attitudes Toward Male Contraception in Burkina Faso and Uganda. International Perspectives On Sexual And Reproductive Health46, 153. https://doi.org/10.1363/46e9720

EenVandaag. (2021, 1 februari). Helft jonge mannen staat open voor de mannenpilhttps://eenvandaag.avrotros.nl/panels/opiniepanel/alle-uitslagen/item/helft-jonge-mannen-staat-open-voor-de-mannenpil/

Nguyen, B. T., & Jacobsohn, T. L. (2023). Men’s willingness to use novel male contraception is linked to gender-equitable attitudes: Results from an exploratory online survey. Contraception123, 110001. https://doi.org/10.1016/j.contraception.2023.110001

Oudshoorn, N. (2002). Waar blijft de mannenpil? Over lastige hormonen, onwillige medici en ‘De Nieuwe Man’. In Lover (Vol. 29, Nummer 4, pp. 6–10). https://www.lnvh.nl/uploads/moxiemanager/downloads/62.pdf

Reynolds-Wright, J. J., Cameron, N. J., & Anderson, R. A. (2021). Will men use novel male contraceptive methods and will women trust them? A systematic review. The Journal of Sex Research58(7), 838-849.

Thirumalai, A., & Amory, J. K. (2021). Emerging approaches to male contraception. Fertility And Sterility115(6), 1369–1376. https://doi.org/10.1016/j.fertnstert.2021.03.047

  

Femme, butch en alles daartussen: hoe labels queer relaties vormgeven (en beperken)     |     Meike de Vries, volgt de bachelor Psychologie aan de Universiteit Utrecht

I’m femme for femme’, zegt Amy, een van de deelnemers van I kissed a girl, nadat zij wordt gevraagd wat haar type is. I kissed a girl is een queer dating reality serie waarbij tien vrouwen aan elkaar worden gekoppeld en elkaar voor het eerst begroeten met een zoen.

Naast femme laten de deelnemers ook nog andere termen vallen om hun type te omschrijven: Butch, stem, masc, stud, enz. Toen ik als queer vrouw tijdens mijn puberteit, meer in aanraking kwam met de representatie van lgbtqi+ mensen in de media, viel het mij op dat er bepaalde labels zijn rondom vrouwen die op vrouwen vallen. Deze labels worden gebruikt om bepaalde typische eigenschappen mee te definiëren. Op die manier ontstaat er een stereotype rondom queer mensen.

Deze labels brengen dan ook vaak negatieve connotaties met zich mee, zowel binnen als buiten de queer gemeenschap. Butch lesbiennes, die meer op het masculine deel van het genderspectrum vallen, worden bijvoorbeeld als “te mannelijk” bestempeld, wat kan leiden tot het idee dat ze niet voldoen aan traditionele schoonheidsnormen (Walker et al., 2012). Buitenstaanders kunnen haar genderexpressie verwarren met een afwijzing van vrouwelijkheid, wat vaak resulteert in stereotypering of zelfs discriminatie. Femmes, die meer op het feminine deel van het genderspectrum vallen, krijgen daarentegen soms te maken met twijfel aan hun queer identiteit. Omdat ze voldoen aan traditionele ideeën van vrouwelijkheid, worden ze soms niet serieus genomen als queer persoon. Er wordt vaak gezegd dat ze “er niet uitzien als een lesbienne” (Walker et al., 2012).

De verwachtingen rondom gender en seksualiteit blijven een weerspiegeling van bredere maatschappelijke dynamieken die voortkomen uit de culturele opvattingen over mannelijkheid en vrouwelijkheid. De labels lijken beïnvloed door heteronormatieve structuren (Annati & Ramsey, 2021). Zo vallen de termen femme en butch dus binnen het heteronormatieve idee dat de femme de vrouw is en butch de man. Amy heeft in het programma moeite met het vinden van een partner omdat de meeste andere femmes vallen op mascs, terwijl zij opzoek is naar een femme. Dit is in lijn met het heersende idee dat er sprake moet zijn van een mannetje of een vrouwtje in een relatie. Ikzelf vind dit lastig omdat mij ook wel eens gevraagd is wie in mijn relatie de man is en wie de vrouw is. Deze vraag weerspiegelt een hardnekkige heteronormatieve kijk op relaties, waarin elke dynamiek wordt gereduceerd tot traditionele man-vrouwrollen. Hierdoor voelt het alsof mijn relatie binnen deze norm moet passen om begrepen of geaccepteerd te worden.

Ik kan dus wel stellen dat ik me vaak niet herken in bestaande labels rondom queer mensen. In de media zie je echter wel vaak deze stereotypes terug. Zo ook dus in I kissed a girl. Ik blijk niet alleen te zijn met dit gevoel. Uit onderzoek is gebleken dat veel queer vrouwen zich niet gerepresenteerd voelen in de huidige media (Annati & Ramsey, 2021). Toch voelen veel mensen een gevoel van identiteit en gemeenschap bij programma’s als I kissed a girl. Bepaalde termen en labels fungeren voor veel queer personen als een manier om zichzelf te begrijpen en taal te vinden voor hun ervaringen binnen een wereld die vaak gericht is op heteronormativiteit. Dit resulteert in een gedeelde basis binnen de queer gemeenschap.

Ik wil het programma dus niet volledig afwijzen. Ook omdat het al een betere representatie biedt voor queer vrouwen dan veel andere programma’s. De focus ligt namelijk op connecties tussen vrouwen zonder ze te seksualiseren, zoals vaak gebeurt in andere media-uitingen. Dit komt voort uit de male gaze, zoals voorgesteld door Laura Mulvey (1975). Dit legt uit hoe lesbische vrouwen worden gereduceerd tot objecten van verlangen in een heteroseksueel kader.

Ondanks dat I kissed a girl een stap in de goede richting is, is het belangrijk dat media verder gaan dan het reproduceren van bestaande stereotypes. Door queer relaties op een genuanceerde manier te tonen, kunnen ze beter aansluiten bij de diversiteit binnen de gemeenschap. Het betrekken van queer makers in het creatieve proces kan hierbij een grote rol spelen, omdat zij vanuit hun eigen ervaringen een rijkere en meer genuanceerde representatie kunnen bieden. Zo kan de media een krachtige bijdrage leveren aan zowel zichtbaarheid als begrip binnen én buiten de queer gemeenschap.

Literatuur

Annati, A., & Ramsey, L. R. (2021). Lesbian Perceptions of Stereotypical and Sexualized Media Portrayals. Sexuality & Culture26(1), 312–338. https://doi.org/10.1007/s12119-021-09892-z

Johnson, M. (2022). FROM DEAD TO FEMME: A QUALITATIVE ANALYSIS OF LESBIAN REPRESENTATION ON TELEVISION. In Johns Hopkins University.

Mulvey, L. (1975). Visual Pleasure and Narrative Cinema. Screen16(3), 6–18. https://doi.org/10.1093/screen/16.3.6

Walker, J. J., Golub, S. A., Bimbi, D. S., & Parsons, J. T. (2012). Butch Bottom–Femme Top? An Exploration of Lesbian Stereotypes. Journal Of Lesbian Studies16(1), 90–107. https://doi.org/10.1080/10894160.2011.557646

 

Pijnbestrijding bij spiraalplaatsing     |      Els Eissen, volgt de bachelor Interdisciplinaire Sociale Wetenschap aan de Universiteit Utrecht

Veel vrouwen ervaren hevige pijn tijdens de plaatsing van een spiraaltje. Er wordt altijd wel aangeraden paracetamol en eventueel aanvullende pijnstilling te slikken van tevoren. Dit blijkt echter in de praktijk vaak onvoldoende. Uit Zweeds onderzoek van Marions en collega’s (2011) bleek dat maar liefst 72% van de vrouwen het zetten van een spiraal een pijnlijke ervaring vonden en zelfs 17% noemde het ernstig pijnlijk, maar adequate pijnbestrijding is nog verre van de standaard. In Nederland is dit steeds meer het onderwerp van gesprek, onder meer door persoonlijke verhalen van vrouwen én door internationale ontwikkelingen in pijnbestrijdingsmethoden. Landen zoals Denemarken en Duitsland experimenteren al langer met gecombineerde methodes voor pijnstilling. Toch blijft dit in Nederland een discussiepunt. Recent heeft de discussie een nieuwe impuls gekregen door berichten in de media, zoals het artikel van de NOS, waarin wordt vermeld dat huisartsen de richtlijn voor pijnbestrijding bij het plaatsen van een spiraal gaan herzien. Dit artikel exploreert mogelijke redenen waarom deze discussie voortduurt.

Het medisch perspectief ziet nog onvoldoende bewijs voor de effectiviteit en veiligheid van het gebruik van zwaardere pijnstilling bij de plaatsing van een spiraaltje. Onderzoek van Green en collega’s (2021) toont aan dat er verschillende risico’s verbonden zijn aan het gebruik van lokale verdoving. Injecties met lidocaïne kunnen op zichzelf pijn veroorzaken, en in sommige gevallen kunnen patiënten een adrenalinestoot of zogenoemde vasovagale reactie krijgen, zoals duizeligheid of flauwvallen tijdens of na de procedure. Dit komt omdat de injectiepunten dicht bij gevoelige zenuwbundels liggen. De werking van de pijnstilling en een eventueel placebo-effect zijn ook nog betwistbaar. Daarbij spelen tijd, kosten en implementatiecomplexiteit een erg grote rol. Medici moeten getraind worden, de procedure van de plaatsing duurt langer, de kosten liggen hoger door het middel zelf en de regelgeving moet aangepast worden.

Aan de andere kant staat het perspectief van de patiënt. Veel vrouwen ervaren een gebrek aan steun en voelen zich niet serieus genomen. Volgens de belangenorganisatie Ava is de normalisatie van pijn een structureel probleem binnen de gezondheidszorg. Patiënten geven aan dat betere communicatie en aanvullende pijnbestrijdingsopties, zoals sprays of gels, hen meer comfort zouden geven tijdens de procedure. De werking van lidocaine spray is bewezen in een studie van Panichyawat en collega’s (2021). De vrouwen die 10% lidocaïnespray kregen, rapporteerden minder pijn tijdens de procedure in vergelijking met een placebogroep. De mediane pijnscores (op een schaal van 0 tot 10) waren significant lager bij gebruik van de spray, zowel tijdens het inbrengen van de spiraal als bij andere stappen, zoals het gebruik van de tenaculum.

Dit patiëntperspectief onthult misschien ook wel een dieperliggend probleem: wie bepaalt wat acceptabel is als het gaat om pijn? Als mannen dezelfde procedure zouden ondergaan, zouden we dan hetzelfde minimale niveau van pijnbestrijding accepteren? Onderzoek van Zhang en collega’s (2021) toont aan dat pijn bij vrouwen vaker wordt onderschat of niet serieus genomen. Dit wordt deels toegeschreven aan stereotype opvattingen over pijnperceptie bij mannen en vrouwen, maar ook aan historische biases in medisch onderzoek en praktijkvoering. Daarnaast speelt de normalisatie van pijn een rol. Pijn bij vrouwen wordt soms afgedaan als iets dat erbij hoort, vooral bij reproductieve gezondheid, zoals bevalling of menstruatieklachten.

Om deze ongelijkheid aan te pakken, is het nodig om meer aandacht te besteden aan het patiëntenperspectief en hun ervaringen dus serieus te nemen. Dit betekent niet alleen het standaardiseren van aanvullende pijnbestrijdingsopties, zoals sprays of gels, maar ook een bredere bewustwording van biases in de medische praktijk. Het implementeren van betere communicatie over pijnbestrijding en het onderzoeken van minder ingrijpende alternatieven kan een stap zijn naar een zorgsysteem dat rechtvaardiger en inclusiever is. Het vraagt om een nieuwe manier van kijken naar hoe pijn wordt erkend en behandeld in de gezondheidszorg, vooral wanneer het gaat om vrouwen. Het herzien van richtlijnen, zoals momenteel wordt besproken door huisartsen in Nederland, biedt een kans om deze ongelijkheid aan te pakken en de kloof tussen medisch en patiëntperspectief te dichten.

Literatuur

Greene, B. H. C., Lalonde, D. H., & Seal, S. K. F. (2021). Incidence of the "Adrenaline Rush"

and Vasovagal Response with Local Anesthetic Injection. Plastic and reconstructive surgery. Global open9(6), e3659. https://doi.org/10.1097/GOX.0000000000003659

Marions, L., Lövkvist, L., Taube, A., Johansson, M., Dalvik, H., & Øverlie, I. (2011). Use of the levonorgestrel releasing-intrauterine system in nulliparous women--a non-interventional study in Sweden. The European journal of contraception &   reproductive health care: the official journal of the European Society of Contraception16(2), 126–134. https://doi.org/10.3109/13625187.2011.558222

NOS. (2024, 15 december). Huisartsen gaan richtlijn voor pijnbestrijding bij plaatsen spiraal        toch herzien. https://nos.nl/artikel/2534589-huisartsen-gaan-richtlijn-voor-pijnbestrijding-bij-plaatsen-spiraal-toch-herzien

Panichyawat, N., Mongkornthong, T., Wongwananuruk, T., & Sirimai, K. (2021). 10%  lidocaine spray for pain control during intrauterine device insertion: a randomised, double-blind, placebo-controlled trial. BMJ sexual & reproductive health47(3), 159    165. https://doi.org/10.1136/bmjsrh-2020-200670

Zhang, L., Losin, E. A. R., Ashar, Y. K., Koban, L., & Wager, T. D. (2021). Gender biases in estimation of others’ pain. The journal of pain22(9), 1048-1059.